Bewonersvereniging Grienden en Meenten

Klavergriend

De Klavergriend. Wijkje in een wijkje van het mooie Almere Haven. Enclave in het groen, verscholen achter een labyrint van andere Grienden en (te) hoge verkeersdrempels. Wie als vreemdeling zonder proviand en niet ondersteund door moderne navigatieapparatuur de Oosterdreef bij de Jumbo verlaat en zich in het doolhof waagt, is verloren. Sterft van honger en dorst. Zal de Klavergriend nimmer bereiken en komt niet meer thuis.

Wie niet is verdwaald komt via de enige toegangsweg “op” de Klavergriend. Een gesloten circuit. Verdwalen lukt niet. Die enige toegangsweg is ook de enige uitvalsroute. Lekker veilig. Inbrekers houden daar niet van. Bijna een “gated community” zoals dat tegenwoordig heet, maar dan zonder slagboom en geüniformeerde waker.

Hoe zijn wij, mijn vrouw en ik, er gekomen? Wij woonden in Hoogkarspel, West Friesland. Zij werkte sinds 1980 in Almere De Vaart, toen een kakelvers industriegebied. Zij forensde via de dijk Enkhuizen – Lelystad. Dagelijks heen en terug, 2 x 64 kilometertjes. Geen probleem voor haar. Het was nog rustig op de dijk en zij genoot van de natuur: mooie luchten en water in steeds wisselende kleuren.

We zijn de opa en oma van de buurt geworden. Dus overdag onbezoldigd ontvanger van pakjes die voor de buren zijn bestemd.

Ik werkte in Amsterdam. Was treinforens. De noodzaak om naar Almere te verkassen zagen wij niet in. Dat veranderde, toen ik mij per 1 januari 1988 zelfstandig maakte. Ik wilde niet van huis uit werken en vond goedkope kantoorruimte in het bedrijvenverzamelcentrum “Markerkant”. Toen ontstond de situatie dat twee voordeurdelers iedere werkdag op verschillende tijden van Hoogkarspel richting Almere reden en ’s avonds op verschillende tijden dezelfde weg terug. Niet bepaald efficiënt, maar we dachten nog niet aan verhuizen. Eerst moest het met mijn zaak goed gaan.

Na een jaar waagden wij de sprong. Met de zaak ging het goed. Maar waar zouden we in de voor ons vreemde stad willen wonen? Wilden we er wel wonen? Het gloednieuwe Almere had als woonplaats geen goede reputatie. In het bedrijvenverzamelcentrum was ik bevriend geraakt met een andere startende ondernemer, Henk. Hij woonde al op de Klavergriend en vertelde op een dag dat er kaveltjes grond te koop waren. Hij bood ons aan te gaan kijken. Zo kwamen wij er min of meer “per ongeluk” en raakten meteen verliefd op de ligging, direct aan de bosrand en op de rust die de omgeving uitstraalde. Binnen één jaar hadden we alles rond: Kaveltje grond gekocht van de gemeente, huisje laten bouwen, woning in Hoogkarspel zonder veel moeite kwijt geraakt. Op 21 november 1989 was het zo ver. Met een gehuurd verhuisbusje en de hulp van familie en vrienden verhuisden wij, een nieuwe toekomst tegemoet.

Het inburgeren was niet zo moeilijk. In ons deel van de straat was iedereen aan het bouwen of net verhuisd. Lente en zomer en dus het buitenleven waren in aantocht. We maakten gauw kennis met de naaste buurt, deelden onze ervaringen, lieten elkaar onze huisjes en tuinen in wording zien. Zonder bij elkaar de drempel plat te lopen voelde het, alsof we in een commune leefden.

Inmiddels zijn dus 28 jaar voorbij gegaan. We zijn de opa en oma van de buurt geworden. Dus overdag onbezoldigd ontvanger van pakjes die voor de buren zijn bestemd.

Veel opwindends is er niet gebeurd. Een buurtje als alle anderen. Met mensen die werken en gezinnetjes stichten. Kinderen uit die gezinnetjes die groot zijn geworden, uitgevlogen en met hun kindertjes bij hun ouders op bezoek komen of er, als het even kan, terugkeren om te wonen.

Tja ….. wat valt er dus verder te melden? Niet meer dan “Man bijt hond nieuws”.

Vriend Henk werd eens op de busbaan door een bus aangereden. Hij zwoer dat het licht voor hem op groen stond, de buschauffeur zwoer ook dat hij door “groen” reed. Henk was in ons deel van de buurt een soort van politieagent. Pakte kwajongens hun bal af en lette er rond de jaarwisseling op dat geen vuurwerk voortijdig werd afgestoken. Hij was marinier geweest en had in Nieuw Guinea, het laatste stukje Nederland in Azië, de Indonesische infiltranten achter de broek gezeten. Een week of drie geleden overleed hij, 82 jaar oud. Oud mariniers droegen hem ten grave. In hun veteranenblazers, met groot model medailles rinkelend op de borst. De “Last Post” werd geblazen. Old soldier moe gestreden. Hij ruste in vrede.

Wonen er Bee-Enners, oftewel Bekende Nederlanders? Geen idee. Of toch wel? Eén inwoonster werd wethouder.

Enige jaren geleden werd een buurtgenoot op de TV ontmaskerd als oplichter. Al gauw wist iedereen waar hij woonde. Van inkijk hield hij niet. Hij had zijn ramen met papier geblindeerd. Plotseling was hij er niet meer. Met stille trom vertrokken. Of was het de Noorderzon?

Een keer werd de buurt tegen middernacht opgeschrikt door sirenes. Het geluid kwam steeds dichterbij en verstomde ineens. De brandweer met groot materieel. Een flinke binnenbrand, iets met de heteluchtverwarming. Roet en waterschade. Buren boden een eerste onderdak aan de getroffenen. Voorbeeld van goed noaberschap. Gelukkig lijkt het leed nu geleden.

Dan wil ik de goede werken van twee jonge moeders, Bianca en Nienke, niet onvermeld laten. Wie de Klavergriend inreed en meteen rechtsaf sloeg, zag allereerst een stukje verwaarloosde gemeentegrond. Een rommelhoekje waar ’s zomers het onkruid welig tierde. Dat was de dames een doorn in het oog. Ze staken de handjes uit de mouwen, betrokken hun straatgenoten bij wat ze van plan waren, trokken aan vele touwtjes bij de gemeente en kregen het deze lente voor elkaar dat er een speeltuintje voor kleuters en peuters werd ingericht. Deels dankzij gemeentelijke medewerking, deels door buurtgenoten die hand- en spandiensten verrichtten. Participatiemaatschappij in een notendop. Premier Rutte zou er trots op zijn. Naarmate de tijd vordert en de peuters en kleuters van nu groter worden kan de speeltuin misschien worden omgetoverd tot seniorenhangplek.

Tenslotte iets over het dierenleven op de Klavergriend. De kattendichtheid is groot. Aan vogels eveneens geen gebrek. Ondanks de katten. Sinds een paar jaar lijkt het mussenbestand zich te hebben hersteld. Van merelsterfte in mijn tuin niets gemerkt. Ook het niet gevederde wild, c.q. de vossen en de reeën, bezoekt regelmatig de tuinen. Deze lente hadden reeën alle knoppen van de rozen en floxen in onze tuin opgevreten. Tot onze verbazing kregen we in de zomer een late bloei die ongemoeid werd gelaten. Win-win situatie. De reeën wat, de mensen wat. Toen wij hier pas kwamen wonen stikte het in het aangrenzende bos van de konijnen. Nu nergens een langoor te bespeuren. Vossen of ziekte?

Ik hoop dat andere Klavergrienders worden aangestoken door dit stukje en ook in de pen, sorry, het toetsenbord, zullen klimmen. Er is vast veel meer te vertellen over de buurt en de mensen die er wonen. Ik ben in elk geval heel benieuwd!

Pierre de la Croix
Almere, december 2017

Onze sponsoren

Volg ons

Neem gerust contact met ons op. Wij komen graag in contact met onze buurtgenoten.