Bewonersvereniging Grienden en Meenten

Omwonenden tonen wat burenhulp betekent

Een 90-jarige die zich geneert om met een rollator te lopen. Dat soort mensen kom je niet veel tegen. Corrie de Winter-Ormeling, in de buurt beter bekend als tante Corrie en woonachtig in de Wilgengriend, is zo’n uitzondering. Als je haar eenmaal ontmoet hebt, vergeet je deze Almeerse, met haar indringende blik, niet snel. Bij zo’n bijzonder iemand hoort iets aparts. Dat is bij haar zeker het geval. Ze mag zich dé pionier noemen van het damesvoetbal in ons land. En ze is een hartstochtelijk Ajax-fan.

U volgt alle wedstrijden van Ajax nog?
De Winter: “Reken maar! Ajax heeft gisteren met 2-0 van Feyenoord gewonnen. Het was geen geweldige wedstrijd, maar de partij leverde wel drie punten op.”

Met een rollator wandelen vindt u maar niets. U schaamt zich er zelfs voor. Dat hoeft toch niet, u heeft immers een respectabele leeftijd bereikt.
De Winter: “Ik vind het verschrikkelijk. Tot voor kort was ik nog heel kwiek. Ik liep als een kievit. Nu moet ik wel met zo’n ding lopen, omdat ik een zware operatie achter de rug heb. Ik heb op het randje gelegen. Ik had al afscheid genomen van mensen. Ik heb echter een ijzeren wil, ik ben een knokker en daarom ben er nog. Tijdens het herstel heb ik extra steun nodig bij het wandelen. Hopelijk duurt dat niet te lang en kan ik dat ding aan de kant zetten. Dan heb ik weer de controle over mijn leven terug.”

Hoe is die liefde voor Ajax ontstaan?
De Winter: “Toen ik jong was, ging ik altijd naar Ajax. Dat speelde toen natuurlijk nog in de Meer. Wij woonden er redelijk dicht bij, in de Oosterparkbuurt. Ik had drie broers, die waren gek op Ajax. Mijn vader zei altijd, vlak voordat die drie vertrokken naar de Middenweg (waar de club speelde): ‘Neem die meid ook mee’. Zo ben ik met voetbal in aanraking gekomen. Ik werd langzaam maar zeker, doordat ik steeds naar de thuiswedstrijden ging, net zo’n fanatieke Ajax-supporter als mijn broers. Ze zeggen niet voor niets: ‘Eenmaal een Ajacied, altijd een Ajacied’. Dat geldt zeker voor mij.”

U was een meisje, u kon of mocht in die tijd niet voetballen, zeg maar, en dat wilde u gaan veranderen.
De Winter: “Ja, daar komt het wel op neer. Door het bezoek aan Ajax was ik voetbalgek geworden. Als ik een jongen was geweest, was ik gaan voetballen. Ik werkte bij de PTT (inmiddels overgegaan in PostNL), dat een bedrijfsvoetbalafdeling had, P & T Expres. Op Koninginnedag werd altijd een toernooi gehouden, met vooral sorteerders en bestellers. Een aantal kantinevrouwen wilden ook wel eens meedoen. Ik ging dat regelen. Ik ben op de directie afgestapt. Die stond er positief tegenover en stelde trainingspakken beschikbaar. Op Koninginnedag 1971 hadden we twee dameselftallen, die eerst hadden getraind, op de been gebracht. Ik was begeleidster. Ik was te oud om zelf mee te doen.”

Dat smaakte waarschijnlijk naar meer. De eerste stap was gezet. Dat moest gecontinueerd worden.
De Winter: “Zeker, maar dat bleek in de praktijk niet zo makkelijk. Damesvoetbal, daar werd door vooral mannen lacherig over gedaan. Je moest werkelijk alle zeilen bijzetten om het damesvoetbal te behouden. De meeste verenigingen gingen van het standpunt uit dat met de intrede van een damesteam er tevens meisjes beschikbaar kwamen die achter de bar konden staan, of misschien de kantine wilden schoonmaken. Dat was natuurlijk een verkeerd uitgangspunt.”

En trainers, waren die makkelijk te vinden?
De Winter: “Nou, die kwamen en gingen. Dat was een waar doorgangshuis. In die beginjaren bestond het idee dat damesvoetbal iets minderwaardigs was. Inmiddels ligt dit gelukkig anders. De tijdens zijn veranderd, neem het EK van afgelopen zomer dat Nederland heeft gewonnen. Zeker in de beginfase is een goede leiding van het allergrootste belang. Je hebt, naast trainers, leiders of leidsters nodig. Bij P&T Expres werd dat gelukkig ingezien. Ik ben er 16 jaar actief geweest, als begeleidster en bestuurslid. Daardoor kon een bloeiende damesafdeling worden opgebouwd en werden vele titels behaald.”

En scheidsrechters, die wilden toch wel komen?
De Winter: “Nou, dat viel ook wel tegen. Je had van die viespeuken, die zogenaamd iets waren vergeten in de kleedkamer en de kans grepen om dan naar de dames te gluren. Toen we dat door hadden hebben we mijn man Willem, hij is helaas tien jaar geleden overleden, voor de deur van de kleedkamer gezet. Als een soort chaperon. Hij was altijd integer.”

U vond het natuurlijk prachtig dat de Nederlandse dames de Europese titel pakten.
De Winter: “Ja, geweldig was het! Ik heb elke wedstrijd gezien. Ik ben er trots op daar een steentje aan bijgedragen te hebben. De KNVB heeft me voor mijn inzet geëerd. Ik heb bij P&T Expres acht jaar een damesteam begeleid en evenveel jaren in het bestuur gezeten. Ik heb me met ziel en zaligheid in het damesvoetbal gestort. Ik heb er veel liefde voor teruggekregen. Veel oud-speelsters waren vorig jaar op mijn 90e verjaardag. Sommigen zeiden: ‘Tante Corrie, wat was het toch altijd gezellig bij u’. Dat is leuk om te horen.”

U woont al met al nog steeds zelfstandig.
De Winter: “Ja, ik ben gelukkig psychisch nog kraakhelder. Ik volg al het nieuws. Ik ga straks naar politieke debatten kijken op tv. Ik red me aardig maar ik heb natuurlijk wel thuishulp, 3.5 uur per week, nodig. Verder heb ik een paar dames om me heen die me zoveel mogelijk helpen. Die support was, zeker vlak na de operatie, hard nodig. Zonder hen zou het moeilijk geweest zijn. Ik ben blij met ze. Dat is wat je noemt burenhulp op z’n best.”

En u bent een trouw bezoeker van de wekelijkse Eettafel op vrijdag in buurthuis Meenten en Grienden.
De Winter: “Ja, geweldig is het daar. Ik kom er al een aantal jaren. We zaten aanvankelijk met een klein clubje in de keuken. Nu zitten we in de grote zaal met 40 tot 50 personen. Ik kom er graag, het is erg gezellig en je onderhoudt zo je sociale contacten.”

Thijs Wartenbergh

2 reacties

    • Ik denk dat er in ons wijkje meer burenhulp wordt geboden dan wij weten. Met goede daden loopt men niet zo te koop.

      En ach … die rollator. Mijn tante werd precies 101,5 jaar. Eerst weigerde zij een stok, toen de rollator, toen de duwstoel. Die trots, dat gevoel van niet toegeven. Zo begrijpelijk.

      Pierre de la X

Onze sponsoren

Volg ons

Neem gerust contact met ons op. Wij komen graag in contact met onze buurtgenoten.